Welk beroepsbeeld van studenten bepaalt hun studiesucces?

18 september 2017
  • Waarom aandacht geven aan de ontwikkeling van een beroepsbeeld?
  • Hoe stuurt de eerste opleidingsmodule het beroepsbeeld van studenten?
  • Wat moet de opleiding in de eerste opleidingsmodule aanbieden?

Waarom aandacht geven aan de ontwikkeling van een beroepsbeeld?

Studenten ontwikkelen in het begin van hun opleiding een beeld van hun toekomstig beroep. Dat specifieke beeld blijkt belangrijk te zijn voor het voltooien van de opleiding. Het beeld waarmee studenten beginnen aan een opleiding is niet altijd passend bij de huidige realiteit en bij concrete beroepstaken. Voor het ontwikkel- of leerproces van studenten is het zaak snel persoonlijke betrokkenheid bij de opleiding én het toekomstig beroep te ontwikkelen. Een concreet beroepsbeeld helpt daarbij en kennismaking met de praktijk geeft een goede basis. Een beroepsbeeld wordt onder meer opgebouwd door het uitvoeren van beroepstaken, kennismaking met de werkomstandigheden en met beroepsbeoefenaren. Hiervoor hebben studenten generieke competenties nodig, zoals systematisch kunnen observeren, interviewen en rapporteren. De generieke en beroepsspecifieke competenties zijn verankerd in de landelijke opleidingsprofielen en zijn onderdeel van het curriculum van de opleiding.

Uit recent onderzoek bij een opleiding in de Gezondheidszorg bleek dat onbedoeld vooral de generieke competenties veel aandacht krijgen in de startmodule en dat er minder ruimte is voor specifieke beroepscompetenties. Toch vormen voor studenten juist deze specifieke competenties de basis voor betrokkenheid bij de opleiding en de ontwikkeling van een dynamisch beroepsbeeld.

Hoe stuurt de opleiding het beroepsbeeld van studenten?

Uit het onderzoek – basis voor dit artikel – blijkt dat studenten tijdens leeractiviteiten vooral onderling praten over het beroep en weinig met toekomstige klanten/cliënten. Zij werken met verschillende doelgroepen en worden gestimuleerd om creatieve oplossingen te vinden. Als gevolg daarvan ontwikkelen zij vooral communicatieve vaardigheden, inzicht in het belang van creativiteit en ondernemingszin. Deze constatering daagt uit om na te denken over de balans tussen generieke en beroepsspecifieke competenties.

Voor een opleiding van Zuyd levert dit de volgende aanbevelingen op:

  • Zorg voor echte beroepstaken die een rijker beroepsbeeld geven dan simulaties of fictieve casussen. De complexiteit van echte taken helpt docenten om meer variatie en diepgang in het beroepsbeeld van studenten te bewerkstelligen.
  • Blijf zoeken naar mogelijkheden voor beroeps oriënterende stages waarin studenten contact hebben met beroepsbeoefenaren. Deze stages bieden een combinatie van handelingsgerichte opdrachten en van leeractiviteiten gericht op de ontwikkeling van een evenwichtig beroepsbeeld.
  • Combineer generieke en specifieke competenties in authentieke beroepstaken, waarbij docenten ondersteuning geven bij de bewustwording van de verschillende componenten en bij het formuleren van persoonlijke leerdoelen.

Een ontwerpteam voor het curriculum moet goed afwegen op basis van welke activiteiten studenten met volle overtuiging kiezen voor een specifieke opleiding. En daarbij ook welke specifieke en generieke competenties bijdragen aan de ontwikkeling van het huidige, maar ook aan het toekomstige beroepsbeeld. Het model van de T-shaped professional laat zien dat persoonlijk-professionele ontwikkeling van studenten gebaat is bij diepgaande disciplinaire kennis én bij het vermogen om te communiceren over de grenzen van sociale, culturele en economische grenzen. Er worden hoge eisen gesteld aan professionals om te innoveren, relaties aan te gaan en hun organisaties te versterken. Studenten krijgen zicht op huidige en toekomstige beroepstaken waardoor ze na de eerste opleidingsmodule een andere beeld ontwikkelen dan ze hadden toen ze met de opleiding begonnen.

Wat moet de opleiding in een eerste opleidingmodule aanbieden?

Een eerste opleidingsmodule bestaat idealiter uit:

  • realistische praktijkervaringen: Contact met klanten/cliënten is voor studenten erg behulpzaam bij het ontwikkelen van een beroepsidentiteit. Naast kennismaken met ervaringsdeskundigen waarbij ervaringen gedeeld worden, bestaat dit uit het opdoen van daadwerkelijk, handelingsgerichte ervaringen. Het gaat in het begin van de opleiding om betrekkelijk eenvoudige activiteiten, die wel in een groter verband geplaatst kunnen worden. Kritieke beroepstaken, vastgesteld door de praktijk en opleiding kunnen een basis vormen voor beroeps oriënterende opdrachten. Ook het inzetten van simulanten, naast de ervaringsdeskundigen, helpt de beeldvorming. Beroepsoriënterende stages waarin studenten praktijkervaring opdoen zijn moeilijk in te passen in een curriculum. Opleidingen vervangen deze stages veelal door simulaties of praktijkopdrachten.
  • contacten met beroepsbeoefenaren: Ontwikkeling van beroepsidentiteit ontstaat doordat de student een verband gaat zien tussen hun persoonlijkheid en het toekomstige beroep. Beroepsbeoefenaren aan het werk zien helpt hierbij doordat ze de breedte van het vak, de benodigde vaardigheden en de persoonlijkheid van de beroepsbeoefenaren kunnen observeren. Beroepsbeoefenaren aan het werk zien geeft ook zicht op de beroepswerkelijkheid waar ook werkzaamheden als planning, vergaderingen en rapporteren onderdeel van zijn. Naast aandacht voor beroepsspecifieke competenties onderkennen studenten hierdoor mogelijk ook het belang van deze competenties voor hun opleiding.
  • dialoog tussen studenten en docenten over hun ervaringen: Het verdiepen van beleving en ervaringen blijkt belangrijk voor de vorming van een beroepsbeeld. Als studenten tijdens de opleiding ervaring opdoen in de praktijk is het belangrijk om te weten wat ze van deze ervaringen vinden en of hun beroepsbeeld daardoor verandert. De leeromgeving dient studenten de mogelijkheid te geven om met docenten te praten over de betekenis van de praktijkervaringen waarbij er expliciet aandacht is voor de vorming van realistische werk- en toekomstbeelden. Studenten worden zich daardoor bewust van de cultuur en eisen van het beroep en kan dit vergelijken met zijn eigen mogelijkheden, waarden en ambities (Meijers, Kuijpers & Winters, 2010).
  • mogelijkheden voor studenten om hun eigen loopbaan te sturen: Reflectie op praktijk- en onderwijservaringen geeft studenten een steeds duidelijker beeld van de beroepsbeoefenaar die ze graag willen worden. Al in een eerste opleidingsmodule ontwikkelen ze persoonlijke vragen en leerdoelen. De leeromgeving dient studenten de mogelijkheid te geven om de eigen studieloopbaan te beïnvloeden, en zo de eigen beroepsidentiteit te ontwikkelen. Dit benadrukt het belang van een autonomie ondersteunende leeromgeving (Vleuten van der en Driessen, 2014).

Verder lezen?

Domhof, E. (2017) . De vorming van het beroepsbeeld (moet nog op lectoraatssite geplaatst)

Dit artikel is gebaseerd op de masterthesis voor de opleiding Leren en Innoveren. De auteur hield een evaluatieonderzoek met studenten na de eerste opleidingsmodule en voerde een kwalitatieve analyse uit met de uitspraken van studenten. Ze constateert dat studenten na de eerste opleidingsmodule vooral meer oog hebben voor de generieke competenties voor het beroep. Ze analyseert uitspraken van studenten in het licht van het bedoelde curriculum van de opleiding.

Meijers, F., Kuijpers, M., & Winters, A. (2010). Leren kiezen/ kiezen leren. Een literatuurstudie. Geraadpleegd van www.ecbo.nl/ECBO/downloads/publicaties/A00574.pdf

Kuijpers, M., & Meijers, F. (2012) Learning for now or later? Career competencies among students in higher vocational education in the Netherlands. Studies in Higher Education, 37, 449–467. http://dx.doi.org/10.1080/03075079.2010.523144

Kaljouw, M., & van Vliet, K. (2015). Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: De contouren. Rapport over een toekomstgerichte opleidingen- en beroepenstructuur in Nederland. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/04/10/naar-nieuwe-zorg-en- zorgberoepen-de-contouren

Onzenoort, van C. H. (2010). Als uitval opvalt: Studie-uitval in het hoger beroepsonderwijs. (Proefschrift). Geraadpleegd van http://hdl.handle.net/11245/1.344929

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *