Wat werkt bij studieloopbaanbegeleiding?

8 augustus 2019
  • Wat is studieloopbaanbegeleiding?
  • Waarom is er studieloopbaanbegeleiding ?
  • Hoe werkt studieloopbaanbegeleiding ?
  • Wie kan helpen?
  • Verder lezen?

Wat is studieloopbaanbegeleiding?

Studieloopbaanbegeleiding biedt een student ondersteuning bij zijn opleiding. Deze ondersteuning heeft betrekking op de overgang van zijn vorige opleiding naar de nieuwe, op de keuzes die moeten worden gemaakt en de voortgang tijdens de opleiding. Er wordt bevorderd dat de student ten opzichte van zijn eigen ontwikkeling een reflectief-lerende houding ontwikkelt. Deze houding zal hem in staat moeten gaan stellen om zelfstandig en bewust vorm te geven aan zijn opleiding én latere loopbaan. Voor eventueel optredende sociaalpsychologische problematiek wordt binnen studieloopbaanbegeleiding professionele zorg ingeschakeld.

Waarom is er studieloopbaanbegeleiding?

Rond het begin van de eenentwintigste eeuw werd studieloopbaanbegeleiding in het hbo geïntroduceerd. Er werd verwacht dat van studenten steeds meer zou worden gevraagd om zelf hun opleiding vorm en inhoud te geven. Opleidingen zouden binnen een curriculum meer keuzemogelijkheden toelaten, zo mogelijk te realiseren buiten de eigen opleiding, faculteit of hogeschool. Vraagsturing door de student in plaats van aanbodsturing door de opleiding zou leidend worden omdat de arbeidsmarkt meer zelfsturing van de toekomstige medewerker zou vereisen. Zelfsturing op het gebied van het bijbenen van vakinhoudelijke kennis en vormgeven aan de eigen loopbaan. Studieloopbaanbegeleiding kreeg als inzet om studenten te ondersteunen bij hun keuzes, hun competentie-ontwikkeling en hun studievoortgang. In de praktijk van studieloopbaanbegeleiding bleek het voorkómen van studie-uitval belangrijk(er) te worden, met later meer nadruk op het behoud van de student voor de hogeschool of het hbo. Voorkomen van studie-uitval en behoud van de student worden gevoed door een sterke oriëntatie op onderwijsrendement, waardoor studieloopbaanbegeleiding een andere dan oorspronkelijk bedoelde lading krijgt.

Hoe werkt studieloopbaanbegeleiding?

Uit onderzoek naar de waardering door studenten van studieloopbaanbegeleiding valt op te maken dat studieloopbaanbegeleiding positief wordt gewaardeerd als het een doordachte aanpak kent. Onderdeel daarvan zijn een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP), het uitdiepen van een concrete, aan de praktijk gerelateerde inhoud en de aanwezigheid van een dialogisch-empathische studieloopbaanbegeleider. Continuïteit in een veilig ervaren omgeving zijn randvoorwaarden.

De werkelijkheid van studieloopbaanbegeleiding is weerbarstig: het wordt gezien als een verplicht nummer, studenten mijden persoonlijke gesprekken, studieloopbaanbegeleiders blijven veelal docenten die aansturen en overdragen, en studievoortgang (of juist het gebrek eraan) blijft het dominante onderwerp van gesprek.

In de praktijk blijkt studieloopbaanbegeleiding op betrekkelijk weinig waardering te kunnen rekenen. In de uitvoering op hardnekkige docent-gewoonten te stuiten. Betekenisvolle ontwikkeling van de gewenste reflectieve competenties komt niet of moeizaam op gang. Een samenhangende, tot ontwikkeling gebrachte visie op studieloopbaanbegeleiding lijkt een voorwaarde voor succes.

Wie kan helpen?

Dit artikel kwam tot stand op basis van een literatuurscan (Frits Simon – lectoraat Professionalisering van het Onderwijs) naar onderzoek over de waardering door studenten van studieloopbaanbegeleiding. Deze literatuurscan werd verricht in opdracht van de Dienst O&O, ter ondersteuning van de adviseurs Josien Mennen (Dienst O&O) en Kim Hulsen (Dienst Studentzaken).

Verder lezen?

Draaisma, A., & Mittendorff, K. (2017). Betekenisvol reflecteren op verschillende niveaus. In F. Meijers & K. Mittendorff (Eds.), Zelfreflectie in het hoger onderwijs (pp. 33-50). Antwerpen – Apeldoorn: Garant.

Uit onderzoek onder mbo-studenten blijkt dat binnen studieloopbaanbegeleiding vooral over gedrag en vaardigheden wordt gesproken met studenten. Onderwerpen als omgeving, identiteit, zingeving en overtuiging komen weinig en verkeerd gekaderd aan bod. Het geringe succes wordt deels verklaard uit – ondanks een training – handelingsverlegenheid van studieloopbaanbegeleiders, deels uit gebrek aan vertrouwen van de student in de studieloopbaanbegeleider. De student voelt zich niet veilig en vindt de studieloopbaanbegeleider niet betrokken genoeg. De vraag wordt opgeworpen of docenten wel voldoende geschoold kunnen worden in het opbouwen van de gewenste relaties met studenten, gelet op hun dominerende identiteit van professional.

Draaisma, A., Meijers, F., & Kuijpers, M. (2017). Towards a strong career learning environment: results from a Dutch longitudinal study. British Journal of Guidance & Counselling, 45(2), 165-177.

Onderzocht werd of onder 238 docenten van 20 verschillende scholen training in dialoogvoering met studenten en het ontwikkelen van een gedeelde visie op een praktijkgerichte leeromgeving onder aanvoering van transformationeel leiderschap effectief bleek te zijn. Hoewel de dialoogvaardigheden toenamen, bleek een effectieve invoering van studieloopbaanbegeleiding beperkt. Dit wordt verklaard doordat de (bijgestelde) visie daarop toch vooral als iets door-het-management-opgelegd werd gezien.

Hedde, A. t. (2018). Op naar een hoger bachelorrendement. Saxion Hogescholen.

Voor haar bachelorthesis onderzocht Ter Hedde waarom er studievertraging optrad en of andersoortige studieloopbaanbegeleiding daarin verbetering zou kunnen brengen. Alle min of meer bekende factoren die studievertraging verklaren, passeren de revue. Studenten geven aan dat ze weinig bekend zijn met hogeschoolvoorzieningen waarop ze voor steun een beroep kunnen doen, dat de communicatie over een aantal zaken verbeterd kan worden en dat ze meer initiatief van de hogeschool/studieloopbaanbegeleider verwachten m.b.t. contact en intensiviteit begeleiding. Let wel: studieloopbaanbegeleiding is hier in verband gebracht met preventie van vertraging.

Kuijpers, M., & Meijers, F. (2009). Studieloopbaanbegeleiding in het hbo. Den Haag: De Haagse Hogeschool.

Onderzoek onder 4820 studenten en 371 studieloopbaanbegeleiders in diverse studierichtingen op 11 hogescholen geeft aan dat studenten vooral met medestudenten praten over de studieloopbaan, dat studieloopbaanbegeleiding beperkt qua omvang is en vooral gericht op dreigende uitval. Van reflectieve/actieve oriëntatie op de (studie)loopbaan is weinig sprake. Slechts in beperkte mate draagt studieloopbaanbegeleiding bij aan motivatie voor de gekozen opleiding. Reflecteren blijkt meer een uiting van twijfel bij de gemaakte studiekeuze.

Kuijpers, M., Meijers, F., & Gundy, C. (2011). The relationship between learning environment and career competencies of students in vocational education. Journal of Vocational Behavior, 78(1), 21-30.

Vertrekkend vanuit het idee dat de gangbare cognitieve invulling van studieloopbaanbegeleiding (informatieverstrekking, testen) niet werkt is onderzocht onder 3499 leerlingen van 166 leerkrachten in 34 scholen welke leeromgeving effectief nadenken over loopbaan, loopbaanplanning en netwerken daarvoor stimuleert. Een POP, een leeromgeving die praktijkervaring en opdrachten omvat en een dialoog i.p.v. een monoloog over een mogelijke loopbaan blijkt effectief nadenken bij leerlingen te bevorderen.

Kuijpers, M., & Meijers, F. (2012). Learning for now or later? Career competencies among students in higher vocational education in the Netherlands. Studies in Higher Education, 37(4), 449-467.

Het blijkt dat studenten gericht reflecteren over hun loopbaan en de daarvoor benodigde acties op het gebied van netwerken en verkennen ondernemen wanneer ze zich in een leeromgeving bevinden die praktijkgericht en onderzoekend van aard is. Dan zijn studenten in staat een loopbaangerichte dialoog aan te gaan en te reflecteren op wat hen bezig houdt in hun ervaring. Studieloopbaanbegeleiders zouden daarvoor zich dan ook dialogisch  i.p.v. traditioneel monologisch moeten opstellen.

Luken, T. (2011) Loopbaanbegeleiding: wat leert onderzoek ons voor beleid en praktijk?, in: Handboek Effectief Opleiden, (pp. 14.01-14.23). Den Haag: Elsevier.

In dit overzichtsartikel worden binnenlands en buitenlands onderzoek over studieloopbaanbegeleiding samengevat. Conclusie is dat studieloopbaanbegeleiding goed kan werken mits goed georganiseerd met oog voor persoonlijke aandacht, loopbaanontwikkeling (i.p.v. studievoortgang met portfolio’s e.d.), professionalisering van begeleiders en gerichte persoonlijk advisering. In het buitenland is er meer tevredenheid over studieloopbaanbegeleiding v.w.b  ondersteuning van de studenten bij het studeren. Onbekend is wat de effecten zijn van de onderling verschillende programma’s op langere termijn.

Lunsford, L. G., Crisp, G., Dolan, E. L., & Wuetherick, B. (2017). Mentoring in higher education. In D. Clutterbuck (Ed.), The Sage Handbook of Mentoring (pp. 316-334). Thousand Oaks, CA: Sage Publications Inc.

Meens, E. (2018). Motivation: Individual differences in students’ educational choices and study success (summary). (PhD), Tilburg University, Tilburg.

In zijn algemeenheid is de conclusie dat ervoor en tijdens het eerste jaar aandacht dient te worden geschonken aan de oriëntatie op de te kiezen of gekozen opleiding. Er bleek dat extrinsiek gemotiveerde studenten veel uitvallen, terwijl intrinsiek gemotiveerde studenten die een realistisch beeld van de opleiding/latere beroepspraktijk hebben tot de blijvers behoren. Voor studieloopbaanbegeleiding impliceert dit investeren in studiekeuze in het voortgezet onderwijs met de nadruk op een realistisch beeld van opleiding en de latere beroepspraktijk. Veel aandacht is bovendien nodig voor de overgang van het voortgezet naar het hoger onderwijs in de eerste periode in het bijzonder in relatie met de gemaakte studiekeuze, ervaren van verbondenheid, academische integratie en opbouw van zelfvertrouwen.

Mennen, J. & M. Van der Klink (2017). Is the first year predictive for study success in subsequent years? Findings from an academy of music. Music Education Research, 19, 339-351

In een van de weinige onderzoeken naar studieloopbaanbegeleiding in het kunstenonderwijs komt naar voren dat studenten studieloopbaanbegeleiding weliswaar belangrijk vinden maar er geen gebruik van maken. De student is vooral bezig met zijn of haar vakmanschap en niet met een oriëntatie op de toekomst. Dit ondanks pogingen van de opleiding om er meer aandacht voor te vragen.

Meijers, F. (2017). (Zelf)reflectie: een inleiding. In F. Meijers & K. Mittendorff (Eds.), Zelfreflectie in het hoger onderwijs (pp. 13-32). Antwerpen – Apeldoorn: Garant.

Meijers (p.25) wijst een aantal oorzaken aan voor dat er zo weinig ruimte is voor zelfreflectie in het onderwijs. Zelfreflectie wordt ervaren als een verplicht nummer, richtingloos, ingeperkt qua reikwijdte, fungerend in een summatieve context, intellectualistisch benaderd, met ongepaste onthullingen, onkritische kijk op ervaring, onvoldoende expertise bij en machtsmisbruik door docenten.

Mittendorff, K. (2010). Career Conversations in Senior Secondary Vocational Education (summary). (PhD), Technische Universiteit, Eindhoven.

Er bleek dat hoewel loopbaanbegeleiding gezien wordt als iets belangrijks, het niet altijd wordt vormgegeven zoals gewenst. Voor loopbaanbegeleiding lijkt een studentgeoriënteerde aanpak belangrijk, een aanpak waarbij de docent als coach of facilitator optreedt en de student meer verantwoordelijkheid krijgt over zijn of haar eigen leerproces en waarbij reflectie op de eigen persoon en de toekomst centraal staan. Docenten vullen loopbaanbegeleiding vaak docent-gestuurd in: studenten worden nauwelijks gestimuleerd tot zelfsturing, er wordt veel instructie gegeven, agenda’s worden door docenten bepaald en er wordt weinig gedaan aan persoonlijke reflectie. Het blijkt dat docenten het moeilijk vinden om een balans te vinden tussen directief en non-directief.

Een andere conclusie is dat loopbaanissues van studenten weinig aan bod komen. De loopbaangesprekken tussen docent en student zijn veelal gefocust op de voortgang van de student op school, de instrumenten die moeten worden ingevuld en de actiepunten die moeten worden behaald. Instrumenten worden weinig ingezet om een reflectieve dialoog aan te gaan over de motieven, ambities en talenten van studenten en die te verbinden met hun toekomstige beroepspraktijk. Veel docenten lijken meer bezig te zijn met de studievoortgang van studenten en de wijze waarop de student zo goed en zo snel mogelijk de opleiding kan afronden.

Tot slot lijkt er weinig invloed te zijn van de begeleiding van docenten op de loopbaancompetenties van studenten. De verschillen tussen loopbaancompetenties van studenten hebben voornamelijk te maken met studentkenmerken.

Er zijn ook plekken waar studenten wel degelijk positief zijn over de loopbaanbegeleiding die ze krijgen en waar loopbaancompetenties worden ontwikkeld. Op deze plekken lijkt de ‘persoonlijke aanpak’ te werken, een aanpak waarbij docenten streven naar een persoonlijke relatie met de student en waarbij instrumenten worden ingezet om een persoonlijk reflectiegesprek op gang te brengen. Deze praktijken lijken bij te dragen aan enthousiaste en loopbaancompetente studenten die nadenken over en reflecteren op hun eigen loopbaanontwikkeling.

Mittendorff, K., den Brok, P., & Beijaard, D. (2010). Career conversations in vocational schools. British Journal of Guidance & Counselling, 38(2), 143-165.

In een onderzoek m.b.v. vragenlijst over 28 leerkrachten onder 579 studenten werd duidelijk dat er binnen studieloopbaanbegeleiding weinig aandacht werd ervaren voor loopbaanontwikkeling. Studieloopbaanbegeleiding had toch vooral betrekking op school-onderwerpen en min of meer op persoonlijk welbevinden. Daarbij viel op dat leerkrachten zich bedienden van begeleidingsstijl die het midden hield tussen informatieverstrekking en ondersteuning, met uitschieters naar een sterk empathische of dominante stijl. De transitie van een leerkracht naar een studieloopbaanbegeleider die alle bedoelde aspecten van studieloopbaanbegeleiding in zijn vingers heeft, vergt de nodige aandacht.  

Mittendorff, K., den Brok, P., & Beijaard, D. (2011). Students’ perceptions of career conversations with their teachers. Teaching and Teacher Education, 27(3), 515-523

Door loopbaangesprekken van 16 leerkrachten met 32 studenten met video op te nemen en daarna te coderen, werden inhoud, docent- en studentactiviteiten en onderlinge relaties in kaart gebracht. Er bleek dat in de gesprekken nauwelijks aandacht was voor loopbaanontwikkeling, maar eerder voor technische aspecten van een POP of persoonlijke besognes van de student. Er werd weinig uitgenodigd tot zelfreflectie en feedback was taakgericht. Studenten verschaften vooral informatie, terwijl docenten nogal dominant stuurden en weinig zelfsturing door de student stimuleerden. M.a.w. studieloopbaanbegeleiding krijgt vorm binnen de dominante overdrachtsstructuur en cultuur van het onderwijs.

Potten, S. v. (2016). Studieloopbaanbegeleiding en studiesucces… hoe dan?  Hogeschool Leiden.

Van Potten heeft in het kader van haar afstudeerproject voor Toegepaste Psychologie onderzoek gedaan naar de waardering van studieloopbaanbegeleiding door derde- en vierdejaarsstudenten Toegepaste Psychologie. Meest opvallend van haar bevindingen is dat studenten studieloopbaanbegeleiding waarderen als een gelegenheid waarin ze juiste informatie verstrekt krijgen, contact hebben met hun klas en geholpen worden in keuzes die ze moeten aken (minors, stages e.d.). Bovendien vinden studenten het prettig om in de persoon van de studieloopbaanbegeleider iemand te hebben waarop ze terug kunnen vallen als er zich moeilijkheden voordoen.

Schröder-De Boer, P., & Havinga-Heijs, D. (2017). Actieonderzoek bij een veranderproces van studieloopbaangesprekken. In F. Meijers & K. Mittendorff (Eds.), Zelfreflectie in het hoger onderwijs (pp. 51-66). Antwerpen – Apeldoorn: Garant.

Het onderzoek van Schröder-De Boer en Havinga-Heijs maakt duidelijk dat studieloopbaanbegeleiders in eerste instantie nogal sturend en beperkt reflectiegericht hun taak invullen. Na een actiegerichte interventie via intervisie en coachen krijgen student en reflectie meer kans, en wordt duidelijk dat in de organisatie van studieloopbaanbegeleiding bepaalde randvoorwaarden moeten worden vervuld (zoals continuïteit in de groepssamenstelling en ruimte voor begeleiding door studieloopbaanbegeleiders). Hoe e.e.a. longitudinaal uit zou pakken vergt verder onderzoek.

Simon, F. (2019). Studieloopbaanbegeleiding gewogen. Afleveringen 1,2,3. Heerlen: Zuyd Onderzoek.

Dit betreft de rapportage over de literatuurscan.

Vugts, M. (2011). Groepsbijeenkomsten studieloopbaanbegeleiding in de steigers vanwege lage opkomst. Een onderzoek naar het effect van drie factoren op de aanwezigheid van studenten bij de groepsbijeenkomsten van studieloopbaanbegeleiding. Arnhem: HAN.

Om duidelijkheid te krijgen waarom de opkomst bij studieloopbaanbegeleiding bij groepsbijeenkomsten zo laag was, zijn met een survey honderdtwintig propedeusestudenten bevraagd. Duidelijk werd dat intrinsiek gemotiveerde studenten aan de groepsbijeenkomsten deelnamen. Verder dat studenten een voorkeur hadden voor een helpende, vriendelijke begeleider die zelf enige onzekerheid vertoonde, maar dat studenten daarbuiten geen persoonlijke reden hadden om naar de bijeenkomsten te gaan. Een nabije begeleider motiveert om te gaan. Verder bleek dat studenten het liefst over studievoortgang praten, maar niet over hun toekomst en moeilijke keuzes. Dat willen ze – als ze dit al bespreken met een studieloopbaanbegeleider – liever individueel en niet in groepsbijeenkomsten. Los daarvan, gewenste nabijheid e.d. stonden los van de feitelijke deelname aan de groepsbijeenkomsten.

Wierik, M. te (2018). Vocational career guidance in Dutch higher vocational education.  An educational and cost-benefit analysis (summary). (PhD), Vrije  Universiteit, Amsterdam.

Op basis van een analyse van kwantitatieve data m.b.t. eerstejaars studenten komt Te Wierik tot de volgende conclusies. 1. Er is geen bewijs dat studieloopbaanbegeleiding studie-uitval vermindert aan de onderzochte opleidingen, maar wel bijdraagt aan het behoud van de student voor hoger onderwijs. 2. Duidelijk is dat studieloopbaanbegeleiding van invloed is op het behalen van meer studiepunten en hogere cijfers. 3. Studieloopbaanbegeleiding verhoogt de motivatie van de student bij twee van de drie onderzochte opleidingen. 4. Studieloopbaanbegeleiding kost minder dan de eventuele uitval van studenten.

Dit delen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *