Waar let je op bij een hybride leeromgeving?

16 augustus 2019
  • Wat is een hybride leeromgeving?
  • Waarom ontstaan hybride leeromgevingen ?
  • Waar let je op bij een hybride leeromgeving?
  • Wie kan helpen?
  • Verder lezen?

Wat is een hybride leeromgeving?

Strikt gedefinieerd is een hybride leeromgeving (voortaan: hlo) een locatie waar werken en leren worden geïntegreerd in een realistische beroepscontext. Dit maakt het mogelijk dat studenten de vereiste competenties ontwikkelen, wat onder meer wordt bereikt als er wordt gewerkt met resultaatverplichtingen. Voorwaardelijk voor een hlo zijn daarom een samenwerking met externe opdrachtgevers, een gevulde orderportefeuille, een real life leer-werkomgeving en een bijpassende didactische profilering.

In de praktijk komen er meerdere varianten van hlo’s voor. Bijvoorbeeld social labs, living labs, innovatiewerkplaatsen, leerconfiguraties of proeftuinen. Soms gevestigd op school, soms voorzien van opdrachten uit eigen koker en overwegend aangestuurd door docenten. Deze varianten wijken af van de strikte omschrijving. Soms omdat er wordt geaarzeld om studenten te laten werken met resultaatverplichtingen. Of er wordt betwijfeld of wel voldoende opdrachten kunnen worden verworven. Of er zijn (financiële) beperkingen rond het inrichten van een real life leer-werkomgeving.

Waarom ontstaan hybride leeromgevingen?

De manier waarop (hoger) onderwijs traditioneel wordt georganiseerd staat onder druk. Vooral over de mogelijkheden om de vele ontwikkelingen op vele vakgebieden bij te houden heerst onzekerheid. Het bedrijfsleven zit te springen om medewerkers die bij de tijd zijn en bij de tijd kunnen blijven. Die behoefte stimuleert een zoektocht naar vormen van onderwijs, waarin ontwikkeling en vernieuwing als vanzelf zijn verankerd. Daarnaast is evident dat de effectiviteit van onderwijs vele malen groter is als studenten actief aan het leren slaan. Eens te meer voor een generatie studenten die opgroeit in een dynamische IT-omgeving, die verschillend qua uitgangspositie het onderwijs instapt en waarvan wordt verwacht dat ze zelf aan hun loopbaan sturing geven.

De uitdaging is om didactisch verantwoorde leer-werkomgevingen te creëren, waarin inhoudelijke vernieuwing, actieve participatie en individueel maatwerk zijn uitgebalanceerd.

Waar let je op bij een hybride leeromgeving?

Onderzoek verheldert dat een hlo een samenspel is van nogal wat betrokkenen, ieder met eigen percepties en belangen. Het tot stand brengen van een hlo is daarom een langdurig en gecompliceerd proces, dat de nodige inspanningen en voortdurend onderhoud vergt. Bovendien, soms moet het toeval een beetje helpen.

Een realistische beroepscontext is voor iedereen belangrijk. Werken en leren leveren door de inzet van uiteenlopende expertise en ervaring dan de gewenste resultaten voor iedereen op.

Vanuit onderwijs is voor hlo’s het op verantwoorde wijze organiseren van het leerproces van studenten van belang. Vanzelfsprekend omdat het belang van de student bij een goede opleiding in het geding is. Maar ook omdat opleidingen zich moeten verantwoorden over de (door docenten) geleverde kwaliteit van onderwijs. De ontwikkeling van een hlo vergt daarom een doorlopende explicitering van een aantal aandachtspunten zodat de samenhang met het totale opleidingscurriculum blijft geborgd.

Redenerend vanuit de verantwoordelijkheid die een opleiding draagt voor het ontwerp en de ontwikkeling van een curriculum is aandacht nodig voor specifieke attitudes en expertise van de docent-begeleiders binnen de hlo. Deze attitudes en expertise hebben betrekking op twee belangrijke punten:

  1. de verschuivingen in de aard van de kennis en ervaring die worden beoogd. Deze verschuivingen hebben gevolgen voor de wijze van overdracht, toe-eigening en explicitering van kennis. De scheiding tussen theorie en praktijk vervaagt. Dit zal ook om een andere wijze van toetsen vragen;
  2. de verschuiving in verhouding tussen docent en student, die – samen met andere betrokkenen – een gedeelde verantwoordelijkheid krijgen ten aanzien van een resultaat. De gangbare gezagsverhouding krijgt een meer collegiale grondslag.

Binnen bestaande hlo’s wordt hiervoor met uiteenlopende oplossingen gewerkt. Veelal wordt er gewerkt in learning communities of communities of practice, krijgen opdrachten de vorm van projecten en worden beoordeling en begeleiding gescheiden van elkaar.

Wie kan helpen?

Dit artikel is gebaseerd op literatuur over hlo’s en een onderzoek naar het tot stand komen van Chemelot Innovation Learning Labs (CHILL). Het onderzoek werd verricht door Frits Simon, Miriam Stuijts en Joyce Vreuls (Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs). Informatie over CHILL: Joost Ruland (Education expert).

Verder lezen?

Boiten, R. (2017). Leeromgeving stimuleert zelfsturing. Onderwijsinnovatie, 4, 23-25.

In dit onderzoek werd duidelijk dat een niet-schoolse omgeving en slechts enkele principe-afspraken met docenten tot verbluffende resultaten op het gebied van zelfsturing en reflectie bij propedeuse-studenten kan leiden.

Cremers, P. H. M. (2016). Designing hybrid learning configurations at the interface between school and workplace. (PhD). Wageningen University, Wageningen.

Probleem Richtlijn
Spanning tussen specifieke leerdoelstellingen en open einde, realistische opdrachten, waardoor onduidelijkhe­den voor de participanten over hun rol optreden. Introduceer onderdelen (halffabricaten) die nog verder ontwikkeld moeten worden, waardoor alle participanten nog gelegenheid hebben specificaties in te brengen.
Starten met het project gaat moeizaam, evenals het ingroeien in de (team) rollen. Werk zo veel mogelijk vanaf het begin aan concrete opdrachten of objecten, waardoor eigen inzet en samen­werking op gang komen.
Specifieke technische details kunnen niet altijd worden opgelost waardoor docenten in verlegenheid raken. Verbind met een online community, waardoor open source tools en informatie beschikbaar komen.
Spanning tussen enerzijds het gemak van overdrachts-onderwijs in een gesimuleerde omgeving en anderzijds de druk van verantwoordelijkheid voor echte resulta­ten. Onderscheid de verschillende verantwoordelijkheden goed, faciliteer wel kennismaking met de verschillende aspecten

Goes-Daniëls, M., & Klink, M. v. d. (2013). Onderzoek inzet Communities for Development (CfD’s) in het Chemie Onderwijs. Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL). Heerlen: Zuyd Onderzoek.

Binnen CHILL is het concept Communities for Development ontwikkeld, een aangepaste vorm van Communities of Practice. Aan de hand van dit onderzoek worden de opzet en effectiviteit van het ontwikkelde model beschreven.

Huisman, J., de Bruijn, E., Baartman, L., & Aalsma, E. (2010). Leren in hybride leeromgevingen in het beroepsonderwijs. Praktijkverkenning, theoretische verdieping. Utrecht: ECBO.

Thema Aanbevelingen
Ontwikkeling
expertise
1. Sta expliciet stil bij nieuwe concepten en maak het mogelijk dat ze betekenis krijgen. 2. Concept maps helpen een kennis
basis inzichtelijk te maken mits gekoppeld aan concrete praktijkvoorbeelden. 3. Beginnende lerenden hebben baat bij theorielessen om niet overspoeld te raken.
Leerstijlen in het beroeps-
­onderwijs
4. Welke leerstijl(en) effectief is, verdient verder onderzoek. 5. Leerstijlen verschillen per beroepsdomein, in school past
een constructieve en op de werkplek past een reflectieve leer-stijl. 6. De constructieve/reflectieve leerstijlen worden ontwikkeld door regelmatig stil te staan bij het werkproces.
Ontwik-kelenverschil­lenden typen kennis in verschillende leeromge­vingen 7. Informeel leren moet worden gecombineerd met formeel leren en toetsing omwille van explicitering van kennis. 8. Waar competenties het best geleerd worden moet meegenomen worden in de inrichting van de leeromgeving, 9. Leren op de werkplek moet behalve praktische vaardigheden ook andere vaardigheden opleveren. 10. Mentoren en praktijkbegeleiders dienen over de nodige vaardigheden te beschikken om hun kennis expliciet te maken.
Processen van kennisont­wikkeling 11. Expliciteren van impliciete kennis kan door collega’s en mentoren op het werk en door aan de praktijk gekoppelde theorielessen. 12. Onderling delen van expliciete kennis kan met verschillende mensen op verschillende manieren gebeuren. 13. Accommodatie en expansief leren – anders dan bij assimilatie en accumulatie – van kennis worden ondersteund door reflectie op concreet handelen en eigen normen, waarden en identiteit. 14. Transfer/transformatie van kennis naar nieuwe beroepssituaties verdient aandacht.
Motivationele en emotionele aspecten 15. Motivatie van leerlingen zou regelmatig nagegaan moeten worden 16. Leerlingen zouden niet gedwongen moeten worden tot een beroepskeuze omdat anders verzet en verstoring van het leren optreedt.
Ontwikkelen van beroep­sidentiteit 17. Ingroeien in beroep is gevolg van socialisatie, internalisering en acceptatie en zou ondersteuning vinden in loopbaangesprekken en reflectie. 18. Socialisatie en internalisering worden geholpen door de ontwikkeling van een persoonlijk kennisbestand.

Simon, F., Stuijts, M., & Vreuls, J. (2019). … worden van … en CHILL en … en … een momentopname van een hybride leeromgeving. Heerlen: Zuyd Onderzoek.

Dit is een rapportage over onderzoek naar het tot stand komen van CHILL. Verhelderd wordt de complexiteit van het tot stand komen van deze hlo. Opmerkelijk is dat geen van de betrokkenen de vorming van een hlo voor ogen had.

Thunnissen, M., & Custers, M. (2018). Social labs: innovatie in het hbo. Onderwijsinnovatie, 1, 13-15.

In dit artikel wordt beschreven welke ontwerpprincipes te herkennen zijn in de verschillende social labs, die binnen Fontys Hogescholen zijn ontstaan. Er wordt onder meer op het verschil in de mate van hybriditeit gewezen.

Zitter, I., & Hoeve, A. (2011). Ontwikkelmodel voor hybride leeromgevingen in het beroepsonderwijs. ‘s Hertogenbosch: ECBO.

Ontwerprichtlijn Omschrijving
Cultiveren authenticiteit De werken/leren omgeving (context, taken, activiteiten, rollen en communicatie) stelt een werkpraktijk, een professionele werkcultuur en organisatie voor.
Creëren van learning community Community: iedere deelnemer moet ervaren erbij te horen. Aandeel in leren: iedere deelnemer is lerend op het eigen niveau.
Gebruik maken van diversiteit Diversiteit is een gegeven, wordt gewaardeerd en gebruikt op team en organisatieniveau, en in interne en externe netwerken.
Verbinden van werken en leren Deelnemers leren door real life taken uit te voeren, ondersteund door onderwijskundige inter­venties afgestemd op de taak, het lerende individu, waarbij werken en leren verbonden worden.
Reflexiviteit faciliteren Deelnemers leren op een reflectieve manier over hun taken en ervaringen, zowel als persoon, team als organisatie. Kritieke gebeurtenissen in het werk zijn het startpunt voor reflectie en leren.
Organisatie mogelijk maken De structuur en cultuur van de organisatie ondersteunen het werkproces, kennisontwikkeling en deling op elk niveau (individu, team, organisatie, samenleving).
Ecologisch inbedden De leerconfiguratie is afgestemd op haar omgeving, die partner-organisaties en andere belanghebbenden omvat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *