Is de opleiding een verzameling van modules?

15 juni 2017
  • Waarom worden opleidingen opgedeeld in modules?
  • Hoe verantwoord je de opbouw in het curriculum?
  • Wat maakt dat modules een opleiding vormen?
  • Verder lezen?

Waarom worden opleidingen opgedeeld in modules?

Curriculumopbouw volgt de manier waarop studenten persoonlijke en beroepscompetenties ontwikkelen. Soms wordt dit vertaald in de opbouw van strikte leerlijnen, soms hebben studenten grote vrijheid in het volgen van modules. De discussie over de curriculumopbouw concentreert zich op de zorg voor samenhangend onderwijs en flexibiliteit.

Er zijn verschillende redenen om opleidingen op te delen in grotere onderwijseenheden:

  • De samenhang en volgordelijkheid wordt overzichtelijker en ‘behapbaar’ voor studenten
  • Studenten hebben meer belang bij het afronden van grotere onderdelen van hun opleiding;
  • Samenwerkende docententeams rond modules brengen balans en levendigheid in het onderwijs;
  • Vereenvoudiging van administratie, kwaliteitszorg en bedrijfsprocessen

Bij het ontwerp van een curriculum houden opleidingen rekening met:

  • Modularisering, waarbij bepaalde inhouden en competenties worden gespreid over verschillende onderdelen en fasen van de opleiding. Om samenhang van het curriculum te waarborgen wordt daarbij vaak gekozen voor inhoudelijke thema’s, een spiraalsgewijze opbouw van competentieniveau’s of het leren werken toenemende complexiteit in beroepsproducten;
  • Semesterindeling en onderwijsblokken die studenten gelegenheid geven om een tussenbalans op te maken in hun competentieontwikkeling en om keuzes te maken in de voortzetting van de opleiding. Bijvoorbeeld in keuzemodules, uitstroomprofielen of alternatieve opleidingswegen;
  • Credit opbouw, waarbij bepaalde instroomeisen gesteld kunnen worden. Bijvoorbeeld een opbouw in complexiteit en/of zelfsturing door studenten;
  • Credit transferdoor bepaalde onderdelen te volgen in een andere opleiding of bij een andere onderwijsinstelling. Voorbeelden hiervan zijn minoren en microcredentials;
  • Elders verworven competentiesvaststellen, bijvoorbeeld uit praktijkervaring.

Hoe verantwoord je de opbouw in het curriculum?

Bij het ontwerpen van een curriculum zijn er een aantal belangrijke aandachtspunten:

  • het opleiden van álle studenten: het programma moet aansluiten bij de leerbehoeften en de mogelijkheden van studenten en daarom flexibel zijn en tegelijk houvast bieden; de inhoud en de toegepaste onderwijsmethoden zijn punt van aandacht om tegemoet te komen aan diversiteit. Naarmate de keuzemogelijkheden groter zijn, hebben studenten baat bij informatie, advies en begeleiding in keuzeprocessen.

TIP! Studenten worden meestal alleen gehoord over het curriculumontwerp bij de evaluatie van modules. Soms worden ze aan het begin van een ontwerpproces betrokken als co-creator, maar gaandeweg en bij veranderingen wordt hun stem minder gehoord. Uit onderzoek blijkt dat studenten meer controle ervaren over hun eigen ontwikkeling als ze de curriculumopbouw begrijpen en zich mede-vormgever voelen.

  • de bestaande structuren van de onderwijsinstelling: de instroommomenten van verschillende cohorten studenten, de jaarindeling in onderwijsblokken en vakantieperiodes geven een ritme aan de onderwijsactiviteiten. Ook beleid heeft gevolgen voor de curriculumopbouw. Denk aan het gewenste leren in communities of internationalisering van het onderwijs. Er zijn gegevenheden waarop ontwerpers geen invloed hebben.

TIP! Een bijzonder punt van aandacht bij curriculumontwikkeling is de participatie van het werkveld; deze wordt te weinig gezien als integraal onderdeel van het curriculum en daarmee van het leerproces van studenten.

  • de professionaliteit van docenten: In een curriculum gaat het er niet alleen om dat alles aan bod komt, maar ook dat zaken voldoende niveau en diepgang hebben. Het ziet ernaar uit dat meer generieke vaardigheden steeds belangrijker worden, voor studenten én voor docenten. Didactische vaardigheden worden sterker als docenten mee op zoek gaan naar de fundamenten voor curriculumopbouw. Er ontstaan beter verantwoorde keuzes voor bijvoorbeeld de noodzakelijke vakkennis, het groeperen van studenten op basis van diagnostische tests, het aanpakken van struikelvakken of het vergroten van variëteit in beroepsgerichte modules en practica.
  • kennis en acceptatie van het nieuwe opleidingsconcept: veranderingen in het curriculum scheppen onzekerheid en weerstanden waarmee opleidingsteams moeten dealen. Een gezamenlijke visie ontwikkel je niet zonder een sterk team. Kleinere teams blijken hierin productiever. Doelstellingen voor de (middel)lange termijn vormen zich in wisselwerking tussen docententeams en opleidingscommissies, met docenten van voorgaande en volgende modules, in informele gesprekken bij de koffieautomaat en met de buitenwacht.

Stabiliteit in de curriculumopbouw is een belangrijk aspect in de kwaliteitszorg en staat soms op gespannen voet met de wens om te veranderen, met omgevingsinvloeden en met de wisseling van docenten.

Wat maakt dat modules een opleiding vormen?

Ontwikkelteams voor een curriculum houden veel soorten samenhang en volgordelijkheid in de gaten. Modellen voor curriculumopbouw zijn bijvoorbeeld:

  • Lineair: modules arrangeren in opklimmende moeilijkheidsgraad of complexiteit;
  • Spiraalsgewijs: inhoudelijke thema’s of te ontwikkelen competenties komen op meerdere plaatsen in het curriculum terug met steeds meer diepgang;
  • Thematisch: de meest relevante thema’s voor de beroepsuitoefening komen om beurten aan bod;
  • Onderhandelingsgericht: studenten worden gestimuleerd om in zekere mate zelf te bepalen hoe ze zich de vereiste competenties eigen maken;
  • Toetsgericht: te beoordelen competenties zijn het uitgangspunt om terug te redeneren over wat studenten in voorgaande periodes moeten leren;

In de curriculumopbouw worden niveaus van competentiebeheersing onderscheiden voor verschillende leerjaren. Een gangbare indeling is:

  1. Hoofdfasebekwaamheid wordt bereikt in de propedeuse en dient vooral (zelf)selectie van studenten voor de opleiding en het beroep
  2. Profielkeuzebekwaamheid is gericht op verdieping en het maken van verantwoorde keuzes voor de persoonlijke (studie)loopbaan
  3. Startbekwaamheid is gericht op de vereisten om passend werk op hbo-niveau te vinden en zich als professional verder te ontwikkelen.

Verder lezen?

O’Neill, G., Donnelly, R., & Fitzmaurice, M. (2014). Supporting programme teams to develop sequencing in higher education curricula. International Journal for Academic Development, 19(4), 268-280.

O’Neill deed onderzoek bij 9 ontwerpteams van opleidingen uit verschillende domeinen in het hoger onderwijs in Ierland. In dit onderzoek bleek dat ontwerpteams grote moeite hebben met een onderwijskundig verantwoorde curriculumopbouw en geholpen kunnen worden bij het uitwerken van een visie op leerprocessen, een opeenvolging in modules en met de communicatie hierover met studenten. Bovenstaand artikel is grotendeels gebaseerd op dit onderzoek van O’Neill e.a.

Smeijsters, H., & Sporken, S. (2004). Van taak tot competentie. Houten: Bohn Stafleu en Van Loghum.

Het boek biedt inzicht in ervaringen bij ingrijpende curriculumvernieuwingen bij de opleidingen Sociale Studies van Zuyd Hogeschool. Opleidingsteams ontwikkelden een gezamenlijke visie op de curriculumopbouw en vertaalden deze in modules voor het curriculum. Als uitgangspunt hebben landelijke opleidingsprofielen, de hbo-standaard en de concepten ‘competentiegerichtheid’ en ‘leren-leren’ gediend. Centraal in de onderwijsontwikkeling stond het beoogde toenemende vermogen van de student om zelfbepalend en zelfsturend te leren. Het boek ‘Van taak tot competentie’ beschrijft hoe parallel aan de toename van het zelfbepalend en zelfsturend vermogen van de student ook de rol van de docent verandert.

Uchiyama, K. P., & Radin, J. L. (2009). Curriculum mapping in higher education: A vehicle for collaboration. Innovative Higher Education, 33(4), 271-280.

Onderzoek van Uchiyama en Radin dat het inzichtelijk maken van het bestaande curriculum en het toetsen hiervan aan actuele informatie uit de opleiding leidt tot meer collegialiteit en samenwerking in de curriculumontwikkeling.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *