Hoe organiseren we de stagebegeleiding?

21 september 2017
  • Waarom werkt traditionele stagebegeleiding niet?
  • Hoe optimaliseer je de stagebegeleiding?
  • Wat verandert er met een andere stagebegeleiding?

Waarom werkt traditionele stagebegeleiding niet?

Een opleidingscurriculum biedt doorgaans betrekkelijk weinig ruimte aan studenten om hun persoonlijk-professionele profiel te ontwikkelen. In veel curricula wordt daarvoor verwezen naar de stages. In die stages krijgen studenten meer verantwoordelijkheid om vanuit eigen competenties en ambities te leren en zich verder te ontwikkelen. Stagebegeleiders stimuleren en ondersteunen dit leerproces. Het overgrote deel van de begeleidingstijd van stagebegeleiders zit echter in reizen naar en van de stageplek in het observeren van de werkplek. En in een begeleidingsgesprek op de werkplek blijken studenten overstelpt te worden met gemiddeld 21 adviezen. Dat is allemaal weinig efficiënt en weinig effectief! Opleidingen zoeken daarom naar mogelijkheden om de stagebegeleiding te optimaliseren. Samenwerkingsverbanden en digitale media bieden hier mooie kansen.

Hoe optimaliseer je de stagebegeleiding?

Uit een systematische literatuurstudie kwamen de volgende manieren naar voren om stagebegeleiding door docenten te optimaliseren:

  • Versterkte samenwerking met de werkplek als mede-opleidingsverantwoordelijke; deze kan verschillende vormen aannemen:
    • Werkplek waar student met opdrachten aangestuurd wordt vanuit de opleiding: een groep studenten krijgt opdrachten vanuit de opleiding waaraan ze werken op diverse stageplaatsen; de dagelijkse begeleiders zien toe op goede uitvoering van de opdrachten; een deel van de begeleiding door de opleiding vindt plaats als groepsbegeleiding.
    • Werkplek met een centrale begeleider of opleidingscoördinator naast dagelijkse begeleiders: een groep stagiairs bij een organisatie wordt begeleid door mentoren op de werkplek; de opleidingscoördinator houdt toezicht op de voortgang en bespreekt voorkomende zaken met de stagedocent.
    • Partnermodel waarin docenten en werkplekopleiders samenwerken en leiding geven aan studenten: docenten werken (deels) mee in de uitvoering van beroepstaken en hebben daarbij speciale aandacht voor de begeleiding van stagiairs in de organisatie.
    • Netwerkmodel waarin meerdere professionals in het bedrijf en uit de opleiding (docenten en onderzoekers) samenwerken: een of meer docenten, onderzoekers en professionals vormen samen met studenten een team dat afspraken maakt over werkverdeling bij de ontwikkeling van nieuwe producten en processen.
    • Bedrijfsopleiding waar de werkplek de verantwoordelijkheid overneemt: de bedrijfsopleider ziet toe op de kwaliteit van leerprocessen bij studenten/medewerkers en hun diplomering.
  • Efficiëntie in de planning en de begeleidingsvaardigheid van docenten kunnen op de volgende manieren verbeterd worden:
    • De tijd en kosten voor planning en reizen kunnen beperkt worden door meer stagiairs bij één bedrijf of organisatie te plaatsen. Daardoor worden de samenwerkingsafspraken explicieter en zijn docenten meer beschikbaar op de werkplek.
    • Het expliciteren van de rollen van stagebegeleiders stimuleert betrokkenen om de stagebegeleiding te structureren. Denk daarbij aan rollen als expert, als adviseur, als feedbackgever, als manager, als probleemoplosser, als controleur, als informatieaanbrenger en als rolmodel voor studenten.
    • In stagebegeleidingsgesprekken blijkt er nog weinig aandacht voor de ontwikkeling van loopbaancompetenties van studenten. Aanknopingspunten voor deskundigheidsbevordering van docenten en werkplekbegeleiders zijn bijvoorbeeld: sterktes/zwaktes van stagiairs, diepere lagen van de persoonlijkheid, sociale redzaamheid, verdieping van leerinhouden, ondersteuning bij keuzes, reflecteren op leerprocessen.
  • Flexibele stagebegeleiding op afstand
    • Terugkomdagen en meet-ups gegeven gelegenheid om stagiairs als groep te begeleiden. Op basis van gesignaleerde behoeften kan daarna waar nodig individuele begeleiding plaatsvinden.
    • Het gebruik van digitale media bij stagebegeleiding neemt snel toe. Denk aan mededelingen en opdrachten verspreiden, (video)chats, bestanden opslaan en uitwisselen, persoonlijke en groepsblogs en meer. Deze communicatie vereist afspraken over een veilige omgeving en bijzondere vaardigheden van alle betrokkenen; zij begint al lang voordat studenten op stage gaan.
    • Zowel groepsbijeenkomsten als sommige digitale media geven gelegenheid om studenten ook onderling verantwoordelijkheid te geven in het ‘opleiden van elkaar’.

Al deze organisatievormen voor stages dragen ertoe bij dat de begeleiding van studenten efficiënt en effectief wordt vormgegeven. Daarbij wordt dan een plan gemaakt voor de voorbereiding, het toezicht, de pedagogische begeleiding en de evaluatie. Een nieuwe aanpak stimuleert docenten om hun expertise uit te bouwen.

Wat verandert er met een andere stagebegeleiding?

Veranderingen gaan niet vanzelf. Ze vragen om zaken te regelen en tijd om te leren werken in nieuwe omstandigheden. Bij een andere organisatie van de stagebegeleiding worden er samenwerkingsafspraken gemaakt die verder reiken dan de bevoegdheden van stagebegeleiders. Docenten en mogelijk ook begeleiders op de werkplek dienen geschoold te worden in nieuwe begeleidingsvormen.

Het engagement van de opleiding met de werkplek kan zich ontwikkelen:

  • van een basisengagement (opleiding stelt eisen aan de werkplek)
  • naar een partnerengagement (afbakening van verantwoordelijkheden)
  • en een professioneel ontwikkelingsengagement (wederzijdse betrokkenheid).

Naarmate het engagement van docenten met het werkveld zich ontwikkelt, leiden de competenties die de opleiding hanteert tot heroverweging. De visie op het curriculum komt onder een vergrootglas.

Verder lezen?

Polling, M.-R., Henkens, B., Coppens, G., & Borghs, M. Ondersteunende literatuurstudie bij de kernopdracht ‘Maximaliseren van stagebegeleiding binnen een context van minimale fysieke aanwezigheid op de werkplek’. Retrieved from https://associatie.kuleuven.be/schoolofeducation/bijlagen/bijlage-6-definitieve-kadertekst.pdf

Lerarenopleiders uit verschillende opleidingssegmenten in Leuven hebben een analyseschema ontwikkeld voor het optimaliseren van stagebegeleiding. Hun literatuurstudie vormt de basis voor dit artikel. In een vervolgstudie werken zij aan een lijst van begeleidingsvormen met minimale fysieke aanwezigheid van de docent bij stages.

Schoenmakers, S., & Wilms, J. (2015). In het diepe gegooid worden, welke perceptie hebben studenten van hun leeropbrengsten in Teaching Hotel Chateau Bethlehem [What perceptions do students have of their learning outcomes in Teaching Hotel Chateau Bethlehem]. Retrieved from Heerlen:

In de beroeps oriënterende stages van de hotelschool blijken studenten elkaar goed te kunnen begeleiden. Instructeurs technische vaardigheden instrueren studenten bij het begin in een nieuwe afdeling, ze zijn vraagbaak en grijpen alleen in als er ernstige fouten dreigen. De eenvoudige beroepstaken krijgen diepgang door de complexe situatie waarin ze worden uitgevoerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *